PamirDe stalen viermast bark Pamir is in 1905 gebouwd op de Duitse scheepswerf Blohm & Voss te Hamburg voor rekening van de rederij F. Laeisz. De tewaterlating vond plaats op 29 juli 1905 en het schip kwam op 18 oktober 1905 in de vaart. De Pamir was een van de beroemde Flying P-liners. Het schip is tientallen jaren ingezet op de route naar Chili om er nitraat te halen. Inhoud: 39020 brutoton Afmetingen: 114,5 m x 14 m x 7,25 m Hoogte mast: 51,2 m Zeilplan: 34 zeilen waarvan 18 dwarsgetuigd, 9 stagzeilen, 4 fokken en 3 bazaanzeilen. Totaal zeilopp. is 3800 m² Max snelheid: 16 knopenGeschiedenis: Gedurende de Eerste WO geinterneerd te Santa Cruz de la Palma (Canarische Eilanden) 1920 overgevaren naar Hamburg en overgedragen aan Italië als oorlogsbuit Na korte tijd te zijn ingezet als kolenschip tussen Napels en Rotterdam in 1922 opgelegd te Genua. In 1924 verkocht aan de rederij Laeisz en wederom ingezet voor het vervoeren van nitraat. 28 juli 1931 voor de laatste keer afgemeerd te Hamburg. 1931 Verkocht aan Gustaf Erikson uit Finland; het schip werd ingezet voor het vervoeren van graan tussen Spencer Gulf (Zuid Australië) en Europa. 3 augustus 1941 Gevorderd als oorlogsbuit door Nieuw Zeeland. 1948 Overgedragen aan Gustaf Erikson uit Finland 1951 Verkocht aan Heinz Schliewen en omgebouwd tot opleidingsschip 21 september 1957 is de Pamir 500 zeemijlen ten zuidwesten van de Azoren vergaan tijdens de orkaan Carrie. |